Home Borstvoeding Waarom deze mama van een prematuur zich herkent in het verhaal van een transgendermama

Waarom deze mama van een prematuur zich herkent in het verhaal van een transgendermama

16 februari 2018

 

Ik las vandaag een interessant artikel over het feit dat er voor het eerst officieel bewezen is dat transvrouwen (i.e. vrouwen die fysiek als man geboren werden) dankzij een aantal richtlijnen lichamelijk in staat zijn om borstvoeding te geven. Ik voelde een zweem van herkenning door mijn lijf trekken: want ja, als mama van een dochter die op 29 weken ter wereld kwam was het ook worstelen.

 

Kolven als aanslag op de romantiek

Wanneer je veel te vroeg bevalt is het niet evident om je lichaam mee te krijgen in dat borstvoedingsavontuur. Niet alleen waren wij nog niet aan die les in onze zwangerschapscursus toegekomen, daarnaast was ik in het begin echt even vergeten dat dat er nu ook bij hoorde. Toen ze me na enkele uren na de bevalling vroegen “of ik toch al gekolfd had” viel ik een beetje uit de lucht. Er werd mij opgedragen direct aan de slag te gaan met een behoorlijk spectaculair ogende kolfmachine. Jammer genoeg was ik na een korte introductie vooral op mezelf aangewezen en was mijn eerste ontmoeting met borstvoeding een date met iets dat ergens het midden houdt tussen een steelstofzuiger en een bizar seksspeeltje. Bedenk daarbij dat de (knappe) assistent gynaecoloog net binnen kwam terwijl ik daar voor het eerst in mijn leven met twee (ja, je leest dat goed, twee tegelijk!) borstschilden aan het sukkelen was en je snapt helemaal waarom ik afkolven niet zo romantisch vind.

Ondertussen volgde ik een module in de opleiding Lactatiekunde en daar leerde ik dat je de eerste 24 uur na de bevalling veel beter gaat voor manueel afkolven. Het is een vrij makkelijk aan te leren techniek waarbij je leert om met je wijsvinger en duim zodanig druk te zetten dat je die eerste melk (colostrum geheten) in alle rust (en vooral stilte) kan afkolven. Zeker voor ouders die weten dat ze te vroeg zullen bevallen kan het rust brengen om dit op voorhand al samen te bespreken.

 

Mysterieuze praktijken

In het artikel rond de transgendermama die borstvoeding geeft wordt aangehaald dat ze onder andere veel gekolfd heeft. Daarnaast gebruikte ze een niet nader genoemde “drug die de melkproductie stimuleert“. Ik hoop dat andere artikels minder mysterie creëren, want het gaat eigenlijk gewoon om domperidon (oftewel good old Motilium). Het is een geneesmiddel dat voornamelijk gebruikt wordt bij misselijkheid of maaglast, maar als bijwerking heeft dat ons lichaam meer prolactine gaat produceren. Prolactine is het hormoon dat de melkproductie stimuleert en kort door de bocht kan je dus meer melk aanmaken door een flinke kuur Motilium.

Het is een trucje dat niet alle mama’s kennen, maar mij heeft het echt gered. Op een moment dat alle verpleging in het ziekenhuis vond dat ik me erbij moest neerleggen dat het niets werd had ik nog mijn Motilium “joker” om in te zetten. Het werd me voorzichtig gesuggereerd door enkele vroedvrouwen uit het ziekenhuis, maar uiteindelijk was het mijn eigen (zelfstandige) vroedvrouw en lactatiekundige die me overtuigde. Je moeten weten dat net die week in de media kwam dat dit middel uit de handel werd genomen wegens risico op hartfalen en dat bibi hier plots acht tabletten per dag naar binnen speelde. Uiteraard dus ook goed overlegd met een arts, want zoals met alle gebruik van medicatie mag je dit absoluut niet op eigen houtje gaan doen.

 

Bloed, zweet en tranen

Naast domperidon gebruikte ik synthetische oxytocine (het verliefdheidshormoon dat je helaas wat minder produceert als je kindje op neo ligt) en overstelpte ik mijzelf tijdens het kolven met foto’s en kleertjes van m’n dochter. Ik had zelfs mijn eigen kolf playlist (zet het juiste nummer van Nick Cave op en ik blijt, dat is voor eeuwig verbonden denk ik). Tot slot heb ik als een gek afgekolfd (tot 12-14 keer per dag) en ging ik voor heel veel huid-op-huid contact met mijn dochter.

Dat laatste was op sommige momenten een heuse strijd tussen mezelf en het ziekenhuis. Mijn moedergevoel en de wetenschappelijke artikels waar ik mee kwam aandraven, tegenover hun gewoontes als neonatale afdeling en hun eigen ervaringen. Het was een strijd waarvan ik erg heb afgezien, en waarvan ik vermoed dat het ook voor hen niet fijn was. Daarom wens ik het ook anders voor alle betrokken partijen in de toekomst.

Ik heb lang met veel kwaadheid en frustratie geworsteld. “Hadden we maar …” “waarom luisterden ze zo weinig naar mij …” “waarom ben ik niet meer opgekomen voor hoe ik het voelde als mama” … Gelukkig zijn we ondertussen enkele jaren later verder en probeer ik me nu vooral te focussen op de goede bedoelingen die ongetwijfeld achter hun bezorgdheden zaten. Het helpt ook om te voelen dat er in de wereld van de neonatologie veel aan het veranderen is. Zorg waarbij ouders zoveel mogelijk betrokken en gerespecteerd worden in hun rol als ouder is meer en meer een evidentie. Er wordt vanuit neonatale diensten veel ingezet op de zogenaamde ouderparticipatie. Ik had laatst een gesprek op een NICU afdeling waar ik echt warm werd van het werk achter de schermen.

Als mama van een extreem prematuurtje kan ik alleen maar heel blij zijn met de stappen die gezet worden. Als hulpverlener zal ik blijven mee zoeken naar wat ouders kan helpen en wil ik meehelpen bouwen aan die brug tussen de medische wereld en de ouders.

Leave a Comment